Van hut naar hut door de Dolomieten: lessen van sneeuw, natte sokken en waanzinnige uitzichten
- Tess

- 13 jun
- 19 minuten om te lezen
Met dank aan Instagram (dat hoor je niet vaak!) ben ik een fantastische ontdekking rijker: de Dolomieten.
Ik zag beelden van grillige bergtoppen, groene dalen, rotswanden die bijna nep leken en kleine berghutten ergens hoog tussen de wolken. DAMN! Beelden waarbij je niet rustig denkt “goh, interessant”, maar waarbij er ergens in je buik iets wakker wordt. Een kriebel. Mijn innerlijke avonturier hield het niet langer vol:: hallo, hier moeten we heen!
Ik wilde al langer meer van Europa ontdekken. Niet omdat mijn liefde voor verre reizen ineens verdwenen is. Don’t get me wrong, er staan nog genoeg intercontinentale avonturen op mijn verlanglijst (Ik ben geen heilige), maar ik merk wel steeds vaker dat ik nieuwsgierig ben naar wat dichterbij te vinden is. Naar avontuur waar je niet voor hoeft te vliegen. Naar plekken waar je met de auto, trein of bus kunt komen en alsnog het gevoel hebt dat je een compleet andere wereld binnenstapt.
En jeetje. De Dolomieten leverden!!
In dit blog neem ik je mee op onze huttentocht door de Dolomieten. Verwacht geen perfecte routebeschrijving met alleen maar zonovergoten bergtoppen en charmante cappuccino’s, maar ik deel zoals het echt was: met natte sokken, sneeuw in mijn broek, ok hutten eten, waanzinnige uitzichten en momenten waarop ik dacht: waarom doen we dit ook alweer?
Ik deel de lessen die deze tocht mij gaf over avontuur, vertragen, buiten je comfortzone stappen en stap voor stap blijven doorgaan. En omdat ik na afloop meteen dacht “dit moet iedereen een keer doen!”, vind je onderaan ook praktische tips om zelf zo’n Dolomieten-huttentocht te plannen. Denk aan de route, hutten, eten (incl. vegan opties), vervoer, Komoot en wat je in je backpack wilt stoppen.

Vijf dagen lang liepen Arjen en ik van rifugio naar rifugio. Van hut naar hut met een backpack op onze rug, bergschoenen aan onze voeten en een route die op (digitaal)papier best overzichtelijk leek. Ik had natuurlijk wel eens gehiked. Ik houd van actieve vakanties. Ik word blij van zweet op mijn rug, een beetje spierpijn en dat gevoel dat je lichaam echt iets aan het doen is.
Alleen dit had ik nog nooit gedaan. Meerdere dagen achter elkaar hiken met het hoognodige op je rug. Slapen in berghutten en vertrouwen op mijn navigatie skills (dangerous game). Alles met een vleugje natte sokken, stapelbedden, semi-prima eten, zes uur door de stromende regen, sneeuwvelden, ijs, steile klimmen, pittige dalingen, espresso’s onderweg en uitzichten waarbij de stemmen in mijn hoofd even stilvallen.
En ergens onderweg dacht ik: FUCK YEAH! Dit is dus waarom ik de berg beklimmen als metafoor heb gekozen voor mijn boek Expeditie Duurzaam.
Niet omdat het altijd (wel vaak) mooi en romantisch is.
Juist omdat het soms zwaar is. Omdat je niet altijd weet waar het pad loopt. Omdat je soms veel te lang naar die top staart en denkt: hoe dan? Omdat je af en toe moet stoppen, ademhalen, lachen om je eigen ellende en daarna gewoon weer een stap zetten. En omdat de beloning onderweg vaak veel mooier is dan je vooraf had bedacht.
Les 1: kijk niet te lang naar de top
Er was één moment waarop ik echt dacht: oef…
We hadden al ongeveer 18 kilometer in de benen. Het regende al uren. Niet zo’n charmant Hollands miezertje waarbij je nog romantisch kunt zeggen dat de natuur zo lekker ruikt. Nee. Stromende regen. Mijn schoenen zaten vol water. Mijn sokken hadden zich officieel overgegeven. Alles voelde zwaar, nat en koud.
En toen moesten we nog omhoog! Niet een beetje omhoog. Echt omhoog.
Ik keek naar boven en voelde mijn energie direct uit mijn lijf weglekken. “Het moet, dus het kan” is het motto dat dankzij mijn man (voormalig militair) door mijn hoofd spookt, maar het maakte de top niet veel aantrekkelijker…
Dat is het verraderlijke van te lang naar de top kijken. Het kan inspireren, natuurlijk. Maar het kan ook verdovend werken. Verlammend zelfs. Als je alleen maar ziet hoe ver je nog moet, vergeet je bijna dat je maar één stap tegelijk hoeft te zetten.
Dus maakten we het klein.

Het was dus niet: we moeten naar boven. Maar we zeiden: we moeten naar die volgende grote steen. Daarna naar die gekke boom. Dan naar dat rotsblok met dat rare uitstekende puntje. Even een paar seconden op adem komen. Niet te lang, want dan werd het koud. En weer door.
Stap voor stap.
Ik vind dat misschien wel de meest eerlijke les van zo’n bergtocht. Je kunt best fit zijn. Je kunt denken dat je goed voorbereid bent. Je kunt netjes je route hebben uitgestippeld en je spullen hebben gepakt. Maar uiteindelijk komt er altijd een moment waarop je gewoon even moet dealen met wat er voor je ligt. En dan helpt het niet om jezelf gek te maken met de hele klim.
Dan helpt alleen de volgende stap.
Dat geldt voor hiken, maar net zo goed voor duurzamer leven. Als je alleen kijkt naar het grote einddoel, voelt het al snel onmogelijk. Plasticvrij leven. Nooit meer vliegen. Volledig plantaardig eten. Je huis verduurzamen. Minder kopen. Meer repareren. Je hele leven in lijn brengen met je waarden.
Pfoe. Geen wonder dat je dan liever onder een dekentje kruipt met een cortado en een hondenfilmpje.
Maar wat als je het kleiner maakt?
Niet: ik moet mijn hele leven omgooien.Wel: ik neem vandaag mijn eigen waterfles mee.Niet: ik moet nooit meer iets nieuws kopen.Wel: ik kijk eerst even op Vinted of Marktplaats.Niet: ik moet voortaan alles plantaardig eten.Wel: ik probeer deze week één lekkere vegan lunch.
De top mag er zijn. Die geeft richting. Maar je komt er niet door ernaar te blijven staren. Je komt er door je blik af en toe omlaag te brengen en te kijken waar je voet nu kan landen.
De volgende steen. De volgende boom. De volgende kleine keuze.
Les 2: vergeet niet onderweg te kijken
Vroeger had ik een ingewikkelde relatie met stilstaan.Of nou ja, ingewikkeld. Ik deed het gewoon liever niet. Stilstaan voelde namelijk als achteruitgaan. Pauzeren voelde als tijd verliezen. Als ik ergens naartoe liep, wilde ik er ook komen. Het doel halen. De kilometers afvinken. Lekker efficiënt. Lekker door vlammen.
Tijdens deze huttentocht merkte ik hoe anders dat nu voelt.

Onze wandeldagen waren gemiddeld zo’n vier tot vijf uur, soms langer, afhankelijk van het weer en de route (oftewel: mijn navigatie skills). We besloten bewust onderweg te stoppen. Niet alleen omdat mijn benen het zeer waardeerden, maar ook omdat het gewoon zonde zou zijn om door dit landschap heen te knallen alsof het een sportprestatie was.
Want de Dolomieten zijn bizar mooi! Rotswanden die als kathedralen uit het landschap oprijzen. Wolken die langs de toppen trekken. Kleine bloemen tussen de stenen. Het geluid van water dat ergens onder je door het dal stroomt. En dan ineens, als je geluk hebt, een hut waar je een Italiaanse espresso kunt drinken terwijl je dampende sokken langzaam een eigen leven beginnen te leiden (iew, I know).
Die stops werden bijna net zo belangrijk als het lopen zelf. Even zitten in het gras met een fles water in de hand. Om je heen kijken. Het verkoelende windje of de zalige zonnenstralen voelen op je gezicht. Niet meteen door. Niet focussen op de volgende stap, maar gewoon even zijn waar je bent.
Dat klinkt simpel, maar in het dagelijks leven vind ik dat soms nog steeds best moeilijk. We leven in een wereld waarin alles sneller, voller en efficiënter moet. Je agenda vol, je inbox vol, je hoofd vol. Zelfs vrije tijd moet soms nog nuttig zijn. Wandelen wordt dan al snel stappen tellen. Lezen wordt een challenge. Rust wordt iets wat je moet verdienen. Alleen onderweg in de bergen voelde ik weer: het pad is niet alleen de afstand tussen vertrekpunt en bestemming.
Het pad is de ervaring. Cliché met een reden!
Ook dat hoort bij mijn duurzame expeditie. Voor mij gaat duurzamer leven niet alleen over andere keuzes maken. Het gaat ook over anders leren kijken. Minder op de automatische piloot leven en minder rennen naar het volgende. Vooral meer voelen en ervaren wat er al is. Een voller leven hoeft tenslotte niet altijd voller te zijn met spullen, plannen of prestaties. Soms wordt het juist voller als je even stopt.
Les 3: Europa is ook waanzinnig avontuurlijk
Ik weet niet precies wanneer het idee is ontstaan dat avontuur altijd ver weg moet zijn.
Misschien door mijn oude liefde voor lange reizen. Misschien door alle beelden en ervaringen van jungles, woestijnen, tropische eilanden en besneeuwde bergpassen aan de andere kant van de wereld. Misschien ook door dat kleine stemmetje dat fluistert dat dichtbij minder bijzonder is. Deze tocht bewees opnieuw hoe onzin dat eigenlijk is.
Europa is vet. Echt heeeeeeel vet!

Ik had niet verwacht dat ik in Europa zo’n groots, ruig en intens avontuur kon beleven. Natuurlijk wist ik dat de Alpen mooi waren. Ik heb er vaak zat met mijn snowboard doorheen gesjeesd. Maar dat is overduidelijk iets anders dan zelf met een backpack door een vallei lopen terwijl de wolken openbreken en er ineens een rotswand voor je staat waarvan je alleen maar kunt denken: hoe bestaat dit?!
Het voelde groots, wild, avontuurlijk. Alsof we ver weg waren, terwijl we eigenlijk relatief dichtbij huis waren. En nee, dat betekent niet dat ik nooit meer ver wil reizen. Dat zou niet eerlijk zijn. Ik voel die reiskriebel nog steeds. Ik droom nog steeds van andere continenten, nieuwe culturen, verre landschappen en plekken waar mijn wereldbeeld weer een beetje wordt opgeschud.
Toch voel ik ook steeds meer het verlangen om dichterbij te ontdekken. Niet als een hard “ik mag niet meer vliegen, dus dan maar Europa”, maar juist vanuit nieuwsgierigheid. Wat ligt er eigenlijk allemaal binnen bereik? Welke avonturen heb ik overgeslagen omdat ik dacht dat het verder weg spectaculairder zou zijn? Hoeveel schoonheid zit er op een treinreisafstand, wachtend tot ik mijn blik verleg?
Deze Dolomieten hike gaf me daar een heel duidelijk antwoord op. Heel veel!
Les 4: buiten je comfortzone zit vaak het verhaal
En toen was er sneeuw. Een dik pak sneeuw. De etappe van Rifugio Vajolet naar Hotel Tierser Alpl, via Passo Principe was er eentje waarvan ik achteraf dacht: had ik dit van tevoren beter moeten checken? Waarschijnlijk. Had ik door dat het zo intens zou worden? Niet helemaal. Was het achteraf een van de tofste stukken van de hele tocht? ABSOLUUT!
We kwamen in een vallei terecht waar een dik pak sneeuw lag. Niet een paar schattige restjes langs de rand van het pad. Nee, echt sneeuw. Ik keek naar de app kijkt, naar de berg, weer terug naar de app. “Uhm, ja leuk, maar waar is ons pad?!”
Volgens Komoot moesten we naar beneden. Ergens onder ons liep blijkbaar een pad, maar dat was volledig verdwenen onder de sneeuw. Aan de overkant zagen we wel weer waar we uiteindelijk omhoog moesten. Maar eerst moesten we dus beneden komen.
Hoe dan?
We waren gespannen. Het was stil. We waren alleen. Het soort alleen dat in de bergen ineens heel groot kan voelen. Prachtig, maar een beetje scary. We ploeterden wat door de sneeuw, zoekend naar houvast. Arjen zakte op een gegeven moment zo diep weg dat we zijn schoen uit de sneeuw moesten graven, terwijl we ondertussen probeerden balans te houden op een soort richel. We moesten lachen van de spanning. Dit was echt gekkenwerk! Er gingen allerlei scenario’s door mijn hoofd. Wat als we verkeerd gaan? Wat als we uitglijden? Wat als dit dom is? Wat als we terug moeten?

En toen kwamen er ineens een paar gasten aan. Zij zagen ons. Keken naar de helling. Keken naar elkaar. Gingen zitten en gleden gewoon naar beneden! Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik keek naar Arjen (die zijn voet weer in een onderhand ijzige schoen probeerde te wringen).
“Zullen we?”
En ja hoor, daar gingen we! Hops. Op onze billen naar beneden. Op mijn kont in de sneeuw, in een veel te dunne trekkingbroek die hier absoluut niet voor gemaakt was. Maar boeie. Mijn wandelstokken gebruikte ik als roeispanen, alsof ik in een kajak zat. Geniale move, al zeg ik het zelf. Wat was dit vet.
De spanning viel van me af en maakte plaats voor pure lol. We gleden naar beneden, half lachend, half stuntelend, met natte billen en een adrenalinekick waar geen espresso tegenop kan. Dit werd de highlight van de trip.
Niet omdat het perfect ging. Juist niet. Het was rommelig, spannend en totaal buiten mijn comfortzone. Maar precies daardoor werd het een verhaal. Een herinnering die blijft plakken.
En mocht een van die gasten dit blog lezen of de podcast horen: stuur dat filmpje nog even onze kant op! <3
Ik denk dat groei vaak op die plekken zit. Niet altijd in de zorgvuldig geplande momenten, maar juist in wat er gebeurt als het anders loopt. Als het pad onder de sneeuw ligt. Als je niet zeker weet wat de beste route is. Als je even moet vertrouwen op jezelf, elkaar en misschien op een paar onbekenden die zonder twijfel op hun kont naar beneden glijden. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als roekeloos worden. Veiligheid blijft belangrijk, maar soms ontdek je pas wat er mogelijk is als je het makkelijke pad even niet kunt vinden.
Les 5: het mag soms gewoon even bikkelen zijn
Niet alles aan deze tocht was leuk. Zo. Dat mag ook gezegd worden.
Soms was het koud. Soms was het nat. Soms was ik moe. Soms dacht ik alleen maar aan droge sokken, een warme douche en eten dat iets spannender was dan een polenta-kwakje. En toch waren juist die dagen achteraf het meest bevredigend. Want na zo’n dag bikkelen smaakt alles beter. Een kaiserschmarrn met een karafje rode wijn was echt hemel op aarde! Zelfs een stapelbed voelt ineens als een klein paleis als je lichaam de hele dag heeft gewerkt.

Er zit iets magisch in jezelf overtreffen. Niet op een toxische “altijd maar harder” manier. Niet omdat je jezelf moet bewijzen of omdat rust zwak zou zijn, maar omdat het soms goed voelt om te merken: ik kan meer dan ik dacht. Ik kan door uren regen lopen.Ik kan met natte schoenen nog omhoog klimmen.Ik kan ongemak verdragen zonder meteen af te haken.Ik kan lachen terwijl mijn billen bevriezen in de sneeuw.
Dat geeft vertrouwen.
Ook in het dagelijks leven. Ook in duurzamere keuzes. Want iets nieuws proberen is niet altijd meteen leuk. Soms voelt het onhandig. Een beetje ongemakkelijk. Je neemt je eigen bakje mee naar de markt en voelt je de eerste keer toch een tikje zelfbewust. Je probeert plantaardig te koken en eindigt met een waterige curry. Je besluit minder nieuw te kopen en ontdekt ineens hoe vaak je normaal gedachteloos op de koopknop drukt.
Dat is niet erg.
Het mag soms even zoeken zijn. Het mag mislukken. Het mag onhandig voelen. Het hoeft niet meteen een nieuwe identiteit te worden. Soms is het enige wat je hoeft te doen: proberen, lachen, bijsturen en doorgaan. Stap voor stap, remember!
Waarom deze hike voor mij voelde als Expeditie Duurzaam
Tijdens het lopen moest ik steeds denken aan mijn boek Expeditie Duurzaam. Niet omdat ik daar de hele dag heel intellectueel over liep te reflecteren hoor. Meestal dacht ik vooral aan mijn voeten, het weer of wat ik die avond aan eten kon verwachten. Maar ergens onder die praktische laag zat steeds die herkenning. Dit is precies de metafoor.
Een duurzamer en gelukkiger leven is geen rechte weg naar de top. Het is geen perfect uitgestippelde route waarop je nooit struikelt, nooit twijfelt en nooit een verkeerde afslag neemt. Het is eerder een bergpad. Soms overzichtelijk. Soms steil. Soms zonnig. Soms compleet verdwenen onder een laag sneeuw.
Je hebt een richting nodig, maar niet alles hoeft vooraf duidelijk te zijn. Wat je vooral nodig hebt is lef, maar ook mildheid. Je hebt doorzettingsvermogen nodig, maar ook pauzes. Je hebt soms een kaart nodig, en soms moet je gewoon om je heen kijken en opnieuw bepalen waar het pad loopt.
Dat is precies wat ik met Expeditie Duurzaam wil laten zien. Duurzaam leven hoeft geen strenge to-dolijst te zijn. Het mag een ontdekkingstocht zijn. Eén waarin je nieuwsgierig blijft, nieuwe dingen probeert, soms buiten je comfortzone stapt en onderweg ontdekt wat eigenlijk bij jou past. Niet perfect naar de top, maar wel in beweging!
Zelf een huttentocht door de Dolomieten maken? Zo pakten wij het aan (tips & tricks)
Naast alle lessen, natte sokken en sneeuw in mijn broek is deze huttentocht natuurlijk ook gewoon een dikke aanrader als je houdt van actieve vakanties, natuur en een beetje avontuur.
Wij liepen vijf dagen van rifugio naar rifugio door de Dolomieten. Niet met een volledig uitgedokterd berggidsenplan, maar met Komoot, een globale route, gezonde spanning en soms een iets te groot vertrouwen in mijn navigatieskills. Dangerous game.
Wat ik vooral fijn vond: je hoeft niet meteen een extreem ingewikkelde tocht te plannen. In de basis kun je per dag gewoon kijken: van welke hut slaap ik vannacht en naar welke hut moet ik morgen? In Komoot vul je punt A en punt B in, en dan krijg je verschillende route-opties. Vaak kun je kiezen voor een directere route of juist een langere, mooiere, zwaardere variant via een extra pas of uitzichtpunt.
Wij kozen soms bewust voor extra routes of omwegen, omdat we zin hadden in meer bergtijd. Maar eerlijk? Als je simpelweg van accommodatie naar accommodatie loopt, is deze tocht met een goede basisconditie op veel dagen prima te doen. Zeker als je ongeveer vier tot vijf uur wandelen per dag fijn vindt en onderweg rustig pauzes neemt.
Voor ons voelde vijf uur hiken per dag als een lekkere balans. Lang genoeg om echt op avontuur te zijn, maar niet zo lang dat je alleen nog maar bezig bent met overleven. Al hangt alles natuurlijk af van het weer. Een route van drie uur in de zon voelt totaal anders dan zes uur door stromende regen met natte schoenen.
Boek je hutten ruim van tevoren

Een belangrijke praktische tip die ik niet zou overslaan: boek je hutten ruim op tijd.
Wij liepen deze route in de eerste week van juni. Dat is nog niet het hoogseizoen, maar wel het begin van het wandelseizoen. Ik had de hutten begin dit jaar al geboekt en daar was ik achteraf heel blij mee. Veel rifugio’s zitten namelijk snel vol, zeker op populaire routes of in weekenden.
Dit is dus niet zo’n trip waarbij ik zou denken: ach, we kijken onderweg wel waar we slapen. Na een lange dag hiken wil je niet met natte sokken, een lege maag en een licht wanhopige blik ontdekken dat alle bedden bezet zijn.
Mijn tip: stippel eerst globaal je route uit, bepaal in welke hutten je wilt slapen en boek die daarna zo snel mogelijk. Zeker als je in juni, juli, augustus of september wilt gaan. De eerste week van juni vond ik zelf trouwens een interessante periode. Het voelde nog niet mega druk en de bergen hadden iets fris en ruigs. Tegelijkertijd is het begin van het seizoen ook grilliger. Er kan nog sneeuw liggen, sommige paden kunnen lastiger begaanbaar zijn en het weer kan alle kanten op. Minder drukte dus, maar ook iets meer avontuur. En iets meer reden om flexibel te blijven.
Onze route van hut naar hut
Dag 1: Hotel Castel Latemar naar Rifugio Roda di Vaèl / Rotwandhütte
Gemiddelde wandeltijd: ongeveer 1,5 tot 2 uur
Afstand: ongeveer 4 km
Hoogtemeters: ongeveer +530 meter
Intensiteit: gemiddeld tot pittig, vooral omdat je meteen flink stijgt
Dit was onze eerste echte wandeldag. Zo’n dag waarop je nog moet wennen aan je backpack, je ritme zoekt en ondertussen denkt: yes, we zijn begonnen. De route voelde als een mooie overgang van bewoonde wereld naar bergwereld. Op papier is dit geen lange dag, maar vergis je niet: je stijgt wel meteen behoorlijk. Niet extreem, maar genoeg om je benen wakker te schudden en je eraan te herinneren dat je niet in het Drentse bos loopt.
Dag 2: Rifugio Roda di Vaèl / Rotwandhütte naar Rifugio Vajolet
Gemiddelde wandeltijd: ongeveer 3 tot 3,5 uur
Onze route: ongeveer 12,1 km
Hoogtemeters: ongeveer +600 meter en -610 meter
Hoogste punt: ongeveer 2.370 meter
Laagste punt: ongeveer 1.840 meter
Intensiteit: gemiddeld tot pittig, vooral omdat wij bewust een langere route namen
Deze dag pakten wij bewust een extra lange route. In plaats van de meest directe weg naar Rifugio Vajolet kozen we voor meer bergtijd, meer uitzicht en dus ook meer hoogtemeters. Je loopt niet alleen van hut naar hut, maar maakt echt een mooie slinger door het landschap. Op papier zag het nog steeds overzichtelijk uit, maar met ruim 12 kilometer, 600 meter stijgen en 610 meter dalen voelde dit wel als een serieuze wandeldag. Niet extreem, maar zeker pittig genoeg om bij aankomst heel blij te zijn met droge kleding, eten en een plek om neer te ploffen.
Deze dag voelde voor mij steeds meer als: hallo Dolomieten, daar ben je dan. Ruige rotsen, open stukken, indrukwekkende uitzichten en dat gevoel dat je steeds dieper het gebergte in loopt. Mijn tip: kijk in Komoot goed naar de verschillende route-opties. De directe route kan korter en toegankelijker zijn, maar als je zin en energie hebt, kan een langere variant echt de moeite waard zijn. Check wel altijd het weer en je eigen energie. Meer uitzicht is leuk, maar niet als je daarna compleet gesloopt bij de hut aankomt.
Rifugio Vajolet vond ik zelf een van de fijnste hutten van de route. Cozy sfeer, prachtig uitzicht en verrassend goede vegan opties. Na een dag buiten voelt zo’n hut sowieso al snel als een mini-thuis, maar deze plek had echt iets warms.
Dag 3: Rifugio Vajolet naar Hotel Tierser Alpl / Alpe di Tires
Gemiddelde wandeltijd: ongeveer 3,5 tot 5 uur volgens onze Komoot-route, afhankelijk van omstandigheden
Afstand: ongeveer 6,4 km
Hoogtemeters: ongeveer +570 meter en circa -730 meter
Intensiteit: uitdagend, vooral bij sneeuw of ijs

Dit was dé dag van de sneeuw. De dag waarop we ineens in een vallei stonden waar het pad onder een dik pak wit verdwenen was. Volgens de app moesten we naar beneden, maar in de praktijk zagen we vooral sneeuw, helling en vraagtekens.
Dit is ook de dag van de foto hieronder. Op het hoogteprofiel zie je precies die steile rode afdaling waar wij uiteindelijk op onze billen naar beneden zijn gegleden, haha. Mijn wandelstokken veranderden spontaan in roeispanen en mijn veel te dunne trekkingbroek kreeg meer sneeuw te verwerken dan waar hij ooit voor bedoeld was. Boeie. Dit werd de highlight van de trip.
Belangrijk: deze route kan in de vroege zomer nog sneeuw en ijs bevatten. Vraag dus altijd bij Rifugio Vajolet naar de actuele omstandigheden voordat je vertrekt. Komoot is handig, maar een app ziet niet altijd dat het pad onder sneeuw ligt.
Dag 4: Hotel Alpe di Tires naar Rifugio Sasso Piatto / Plattkofelhütte
Gemiddelde wandeltijd: ongeveer 3,5 tot 4 uur (mits je in één keer goed loopt)
Afstand: ongeveer 6,5 km
Hoogtemeters: ongeveer +190 meter en -330 meter
Intensiteit: gemiddeld
Deze dag voelde weer totaal anders. Meer open stukken, andere uitzichten (100% Hobbit vibes) en dat fijne gevoel dat je inmiddels helemaal in het ritme van de bergen zit. Opstaan, spullen pakken, schoenen aan, rugzak op, en lopen maar. Qua afstand is dit een overzichtelijke etappe, maar ook hier geldt: in de bergen zegt afstand niet alles. Losse stenen, wind, regen of sneeuw kunnen van een relatief korte route alsnog een pittige dag maken.
Let hier wel goed op je eindpunt. Sasso Piatto kan verwarrend zijn, omdat je ook een dorp of plek met die naam tegenkomt. Wij liepen eerst richting het dorpachtige punt en kwamen er vervolgens achter dat we nog de berg op moesten naar de rifugio. Daar kwam dus onverwacht extra tijd en extra hoogtemeters bij. Oops. Check dus goed dat je in Komoot echt Rifugio Sasso Piatto / Plattkofelhütte als eindpunt invoert, en niet alleen Sasso Piatto.
Dag 5: Rifugio Sasso Piatto / Plattkofelhütte naar Casa di Franz
Gemiddelde wandeltijd: ongeveer 3 uur, afhankelijk van je gekozen route en eindpunt
Afstand: ongeveer 14,5 km richting Campitello di Fassa (daar pakte wij de bus naar onze accommodatie: Casa di Franz)
Hoogtemeters: ongeveer +580 meter en -1.470 meter
Intensiteit: gemiddeld, vooral door de lange afdaling

Onze laatste dag was de afdaling richting de bewoonde wereld. En juist omdat je vooral daalt, denk je misschien: makkie. Maar een lange afdaling kan stiekem best intens zijn voor je knieën, bovenbenen en voeten. Zeker als er nog sneeuw of gladde stukken liggen.
Wij kregen onverwacht gezelschap: Ludwig, de hond van de hut, besloot dat hij ons wel even naar beneden zou begeleiden. Ruim drie uur liep hij met ons mee. Door de sneeuw, over ijs, langs bergpaden en richting het dorpje onderaan de berg. Onze persoonlijke berggids! Heel gezellig, maar op een gegeven moment dachten we ook: eh, moet jij niet terug? Uiteindelijk hebben we de rifugio gebeld, zodat ze hem konden komen ophalen. Wat een hond. Wat een verhaal.
Zo plan je de route zelf in Komoot
Maak het jezelf niet te ingewikkeld. Vul in Komoot per dag gewoon je beginpunt en eindpunt in. Dus bijvoorbeeld: Hotel Castel Latemar naar Rifugio Roda di Vaèl. Rifugio Roda di Vaèl naar Rifugio Vajolet, etc.
Komoot geeft vervolgens verschillende route-opties. Kijk niet alleen naar de afstand, maar vooral ook naar de hoogtemeters, het type terrein en de geschatte duur. Een route van 6 kilometer kan in de bergen veel zwaarder zijn dan je gewend bent, zeker als er sneeuw, ijs of steile stukken in zitten.
Sla je routes offline op, neem een powerbank mee en gebruik Komoot als hulpmiddel. Niet als heilige waarheid. Vraag bij twijfel altijd bij de hut naar de actuele omstandigheden. De mensen daar weten vaak precies welke passen goed begaanbaar zijn en welke je beter kunt vermijden.
Voor wie is deze tocht geschikt?
Deze tocht is wat mij betreft geschikt voor actieve wandelaars met een redelijke basisconditie. Je hoeft geen berggeit of ultra-hiker te zijn, maar je moet het wel leuk vinden om meerdere dagen achter elkaar te lopen met een backpack op. Als je ongeveer vier tot vijf uur wandelen per dag prettig vindt, zit je op deze route goed. Sommige dagen kunnen korter zijn, zeker als je de directe route neemt. Andere dagen worden pittiger door extra passen, omwegen, sneeuw of slecht weer.
Ook handig: geen allergie voor basic huttencomfort. Je slaapt veelal in een stapelbed. Je eten is niet altijd culinair hoogstaand. Je deelt ruimtes met andere wandelaars. Je spullen zijn vochtig. En je stinkt. Altijd. En precies dat hoort er ook een beetje bij. Deze tocht past bij je als je zin hebt in natuur, fysieke uitdaging en het gevoel dat je even helemaal uit je normale ritme wordt getrokken.
Wat neem je mee?
Ik zou vooral licht pakken, want alles wat je meeneemt draag je zelf de berg op. Een lichtere rugzak maakt de tocht echt leuker. Elke gram telt bij het inpakken, believe me.
Wat ik sowieso mee zou nemen:
Een fijne backpack, laagjes kleding (incl. thermo), een goede regenjas, genoeg droge sokken, wandelstokken, snacks, een powerbank, cash, oordoppen, een waterfles en eventueel een muts of handschoenen als je vroeg in het seizoen gaat.
En na onze regendag zou ik zeggen: onderschat droge sokken niet. Er zijn weinig dingen zo troostrijk als na een lange natte dag je schoenen uittrekken en iets droogs aantrekken. Kies dus voor een paar schone sokken voor elke dag. Kleine luxe, groot geluk.
Eten en vegan opties onderweg
Vegan eten in berghutten is wisselend. De Duitse-Italiaanse invloeden in de berg zorgen voor een mix van vlees en kaas op alles. Toch word je soms blij verrast. Vaak is het vooral brood, friet, salade of pasta zonder al te veel poespas. Rifugio Vajolet vond ik hierin echt een aanrader. Daar hadden ze goede vegan opties en de sfeer was ontzettend fijn.
Zelf eet ik thuis veganistisch, maar onderweg koos ik soms pragmatisch. Als er weinig opties waren, nam ik af en toe eieren en.of koeien-yoghurt. Niet omdat ik mijn waarden ineens bij de voordeur van de hut had ingeleverd, maar omdat ik ook geloof dat duurzaam leven haalbaar moet blijven. Zeker midden in de bergen, met een lichaam dat hard werkt en een menukaart die niet altijd is ingericht op vegan hikers. Niet perfect dus, maar wel bewust. Voor mij werkt dat beter dan mezelf de hele tocht streng toespreken omdat ik ergens een ei heb gegeten. Mijn duurzame expeditie gaat juist over blijven bewegen en mijn lichaam voeden zodat die kan doen wat die moet doen - zonder dat elke keuze perfect hoeft te zijn.
Reis ernaartoe
Wij gingen met de auto naar de Dolomieten. Dat was praktisch en gaf veel vrijheid, maar achteraf denk ik dat ik liever met de trein was gegaan. Bijvoorbeeld naar Innsbruck en vanaf daar verder met de bus richting het startpunt. Ik heb dit nog niet volledig uitgezocht, dus check dit vooral goed als je zelf gaat. Maar het lijkt op het eerste gezicht best haalbaar. En eerlijk: hoe mooi zou het zijn om zo’n bergavontuur te beginnen zonder lange autorit, maar met een treinreis waarbij het landschap langzaam verandert? Dat voelt voor mij steeds aantrekkelijker. Niet als perfecte duurzame keuze, maar onderdeel van de ontdekking: hoe kunnen we avontuur dichterbij en bewuster maken?
Veiligheid en weer
Het weer in de bergen kan snel omslaan. Wij hadden eigenlijk alles: zon, regen, sneeuw en ijs. En geloof me: zes uur door de stromende regen lopen voelt heel anders dan een buienicoontje in je weerapp. Check daarom elke dag het weer. Vraag advies bij de hut waar je vertrekt. Neem laagjes mee en zorg dat je voorbereid bent op kou, regen en gladde stukken, zeker in de vroege zomer.
En misschien wel de belangrijkste tip: blijf flexibel. Soms is het verstandiger om een alternatieve route te nemen of even te wachten. De berg blijft er morgen ook nog staan.
Zou ik het aanraden?
Ja. 110% ja!!
Deze huttentocht door de Dolomieten was alles waar ik op hoopte en meer. Zwaarder dan gedacht, mooier dan verwacht en precies avontuurlijk genoeg om me weer wakker te schudden. Ik voelde weer hoe goed het me doet om in de bergen te zijn. Om mijn lijf te gebruiken en uit te dagen. Om even los te komen van mijn normale ritme. Om te ervaren dat avontuur niet altijd ver weg hoeft te zijn.
En misschien vooral: om weer te voelen dat groei vaak begint waar comfort stopt. Niet altijd groots. Niet altijd dramatisch. Soms gewoon op een bergpad, met natte sokken, een backpack, een espresso onderweg en een top die veel te hoog lijkt. Tot je de volgende steen haalt. En daarna de volgende.
En.... staan de Dolomieten nu ook op jouw to do lijstje? ;-)
Opmerkingen