Eindelijk een gezonde relatie met eten
- Tess

- 6 dagen geleden
- 7 minuten om te lezen
Ik had geen slechte discipline. Ik had een slechte relatie.
Met eten om precies te zijn.
In dit artikel duik ik in hoe die relatie ontstond, waarom zoveel Millennials hier iets van herkennen en wat mij uiteindelijk hielp om van obsessief managen naar begrijpen te gaan. Niet met een nieuw dieet of strengere regels, maar door nieuwsgierigheid, koken, voelen en soms ook door dingen los te laten die niet voor mij werkten.

Ik houd namelijk van eten, maar ik genoot er niet altijd van. Dat klinkt tegenstrijdig, maar zo voelde het wel. Eten was lekker, gezellig, iets waar ik blij van kon worden. En tegelijkertijd speelde er altijd iets mee in mijn hoofd. Een stemmetje dat alvast vooruitdacht. Aan calorieën. Aan aankomen. Aan wat dit later zou “doen” met mijn lichaam.
Dat begon ergens in de jaren dat mijn tienerlichaam veranderde in een vrouwenlichaam. Precies in een tijd waarin dun zijn zo belangrijk was. Mijn mede-Millennials herkennen dit ongetwijfeld! Mijn huid werd ook steeds onrustiger, maar vooral: ik begon mezelf te vergelijken. Met de standaard van die tijd. Dun was beter. Dunner was succesvoller. En dunst was het doel.
Het was de tijd van anorexia chic. Paris Hilton. America’s Next Top Model. Videoclips waarin vrouwen nauwelijks ruimte innamen. Dun zijn was niet zomaar een uiterlijk. Het stond in mijn ogen gelijk aan discipline, power en succes. En ik wilde daarbij horen.
Discipline als oplossing
Dus werd ik streng.Of zoals ik het toen noemde: gedisciplineerd. Ik was vijftien en al bezig met wat ik wel en niet “mocht”. Met calorieën, zonder te weten wat calorieën eigenlijk deden. Met vetten en koolhydraten als vijand, zonder ooit te hebben geleerd wat voeding voor je lichaam betekent.
Ik at bijvoorbeeld een boterham met pindakaas en hagelslag. Had daarna nog trek. Nam er nog één. En ondertussen ging dat stemmetje los: dit mag niet. Je weet beter. Je verpest het nu al.
En dan kwam het moment dat alles kantelde. Fuck it. Ik heb het nu toch verpest. Dus nam ik nog een boterham met een dikke laag kaas. Even in de magnetron laten smelten, want sjah... als het toch al fout is, dan maar goed fout.
Daarna volgde de zelfopgelegde straf. Een rondje hardlopen in het bos. Iets wat ik eigenlijk nooit deed en ook niet leuk vond. Vreselijk zelfs! Bewegen (paardrijden om precies te zijn) deed ik dagelijks voor mijn plezier, maar dat rondje hardlopen was geen sport. Dat was boete.
’s Avonds at ik dan minder. Of “streng”. Ik weet nog dat Sonja Bakker letterlijk in haar schema had staan: geen avondsnack (streng! (met een dik uitroepteken ja). Alsof eten iets is waar je streng op moet zijn. Alsof je lichaam een probleem is dat gecorrigeerd moet worden.
Het stemmetje was nooit van mij
Als ik nu terugkijk, weet ik één ding zeker:dat stemmetje was nooit van mij. Het kwam van tv. Vooral van die heerlijke guilty pleassure programma’s als America's Next Top Model en Sex and the City. Van een wereldje waar ik onderdeel van wilde zijn. Waar discipline werd gezien als kracht en zachtheid als zwakte. Ik probeerde met eten mijn uiterlijk te controleren. Met name omdat ik onzeker was en dacht dat dun zijn de oplossing was. Voor alles eigenlijk.
Alleen spoiler: ik had geen slechte discipline. Ik had een slechte relatie met eten.

Wat niemand me leerde
Ik had nooit leren koken. Nooit geleerd wat voeding doet en dat eten meer is dan calorieën.
Dus was ik gevoelig voor alles wat voorbij kwam: diëten, regels, lijstjes. Dit wel, dat niet. En als je het niet volhield, lag dat aan jou. Je toont te weinig discipline. Je bent gewoon te zwak. We doen dat nog steeds. Alsof falen met eten alleen een persoonlijk probleem is, terwijl het systeem draait op verwarring, marketing en schuldgevoel.
Van managen naar begrijpen
De omslag kwam niet ineens. Ik kan je niet een mooi aha-moment vertellen, want het een optelsom van leren koken en de wereld van sporten (krachtsport) ontdekken. Van nieuwsgierig worden en van voelen wat eten met mijn lichaam deed. Dat is geleidelijk gegaan. Ik ging meer puur eten. Van vlees naar vaker vega. En uiteindelijk ook heel veel zuivel naar vegan koken. Niet omdat het “moest”, maar omdat ik geïnspireerd werd om eens wat anders te proberen. Ik werd nieuwsgierig en leerde koken. Dat begon met met simpele recepten van vijf verse ingrediënten om een maaltijd te maken die er super mooi en lekker uitzag. En ergens best logisch voelde.

Ik merkte dat mijn lichaam er anders op reageerde. Ik voelde mij lichter en fitter. Minder dat zware, trage gevoel, maar juist meer energie. Geen bonk op mijn maag, maar ruimte. Mijn huid ging ook wel goed op deze manier van eten en die bultjes in mijn gezicht verdwenen langzaam maar zeker.
Het was niet spannend om te leren over voeding. Dat vond en vind ik juist leuk. Bevrijdend zelfs! Wat spannend was, was het trainen van dat negatieve stemmetje. Dat automatische goed-of-fout-denken. Kennis haalde de angst weg en knetterharde regels werd begrip. En als ik heel eerlijk ben ik is dat stemmetje is niet verdwenen. Het is gelukkig wel een stuk stiller geworden. Ik herken het sneller. Maar in weken waarin mijn hormonen alle kanten op gaan, mijn lijf vocht vasthoudt en ik mij net een plofkip voel, klopt het soms weer aan.
Het verschil is alleen: ik geloof het niet meer automatisch.

Koolhydraten zijn mijn vriend
Ik had nog lang ergens dat oude idee in mijn hoofd: koolhydraten zijn gevaarlijk. Terwijl ik inmiddels weet hoeveel energie ze geven. Hoe belangrijk ze zijn, zeker als je sport en een druk leven hebt.
Als ik nu cravings heb, weet ik vaak al: dit gaat niet over wilskracht. Dit gaat over slaap of stress. Of gewoon te weinig gegeten. Dat relativeert meteen. Dan hoef ik mezelf niet te corrigeren.
Wat gezond nu voor mij betekent
Gezond betekent voor mij niet mager. Laat staan anorexia chic! Niet tellen. Niet (te) streng. Gezond betekent: voeden, niet vullen.
Vrienden en collega's kijken vol verwondering naar het berg eten op mijn bord. Want man man man, wat kan deze chick veel eten! Echt veel. Mijn ontbijt zit makkelijk rond de 500–600 calorieën. Havermout, groente ("iew Tess, hoe dan?" Wortel of pompoen!), fruit, plantaardige eiwitten. Warm eten, omdat mijn lichaam daar beter op gaat. Mijn lunch is mijn grootste maaltijd. Heel veel geroosterde groenten, granen, vaak nog fruit erbij. En ja, altijd alles warm. Mijn avondeten is ook ruim, maar lichter verteerbaar, zodat ik beter slaap.
Ik snack nauwelijks ’s avonds. Niet omdat het niet mag, maar omdat ik het niet nodig heb. En als ik zin heb in iets zoets, of een wijntje op vrijdag, dan is dat gewoon oké. Omdat de basis klopt.

Gezond betekent voor mij: puur. Whole foods. Amper tot niet bewerkt. Biologisch waar het kan. Gifvrij waar mogelijk. Liefst vers uit de grond getrokken. Een hoop afwisseling. Plantaardige eiwitten, koolhydraten en vetten. Een gezond microbioom met veel vezels en ook gefermenteerd eten (tofu, tempeh, etc).
Voor mij werkt veganistisch eten met af en toe een eitje het best. De Schijf for Life is daarbij een fijne leidraad. Ik sprak in de podcast met plantaardige diëtist Lobke Faassen over een gezond veganistisch dieet, dus mocht je nieuwsgierig zijn naar meer info over deze Schijf for Life raad ik deze aflevering zeker aan.
We maken eten ingewikkelder dan nodig
We leven in een tijd waarin “gezond” vooral een marketingwoord is. We leren dat eiwitten goed zijn en koolhydraten fout. 'Vegan' op alles geplakt, alsof dat het antwoord op elk probleem is. Net als 'geen toegevoegde suikers', maar ondertussen wel zes andere namen voor suiker op het etiket.
We doen alsof het probleem bij individuen ligt, terwijl de omgeving gedrag stuurt. En ondertussen zien we obesitas toenemen, ook bij kinderen. Dat is geen gebrek aan discipline. Dat is een systeem dat verwarring verkoopt.

Wat oogsten mij leerde
Sinds ik oogstlid bij Boeren in het Bos ben, is er nog iets veranderd. Ik zie wat er groeit. Hoe en wanneer ik het beste van bepaalde groentes kan genieten. Hoe vers eten smaakt als het net uit de grond komt, oef. Zoveel lekkerder dan groentes uit de supermarkt, die er al een aantal dagen liggen.
Je hoort het vaak chef's zeggen: Met mooie producten hoef je weinig mee te doen. Slechte producten blijven slecht, hoeveel saus je er ook overheen gooit.
Supervers, onbewerkt en gifvrij eten is daarbij niet alleen lekkerder. Het voedt ook meer. Letterlijk! Dat heeft geen enkel voedingsadvies me ooit zo duidelijk geleerd.
Mijn regels worden vragen
Misschien is dit de kern: Ik had geen slechte discipline. Ik had een slechte relatie met mijn eten. Uiteindelijk ging dit voor mij niet over eten. Het ging over hoe ik wilde leven. En een leven waarin eten stress, schuld of zelfcorrectie oproept, is voor mij geen gelukkig leven. Het goede nieuws is: slechte relaties kun je herstellen. Niet door strenger te worden, maar door eerlijker te kijken.
Misschien herken je dit…
Wanneer voelt eten voor jou als iets dat je moet managen of beheersen?
Welke woorden gebruik jij (hardop of in je hoofd) rondom eten? Denk aan: mag niet, streng, compenseren.
Wat zou er veranderen als je eten ziet als brandstof voor het leven dat je wilt leiden in plaats van iets dat je moet controleren?
En als je heel eerlijk bent: wat vraagt je lichaam nu eigenlijk, los van trends, regels en hypes?
Je hoeft niets perfect te doen of mijn manier van eten te volgen. Ik wil je juist uitdagen om te ontdekken wat bij jou past. Waar gaat jouw lichaam goed op? Wat heb jij nodig om lekker in je vel te zitten?
Probeer vaker puur te eten, dus gifvrij en onbewerkt waar kan. Voor mij is de kern vooral: ontdek wat jouw lichaam voedt, niet vult. Probeer eens een nieuw recept uit en kijk wat dat met je doet.
Verder luisteren
🎧 Schijf for Life met Lobke Faassen Over optimale voeding, voor mens en milieu
🎧 5min: Eten met de seizoen | Aryuveda in de herfst Over de magie en kracht van eten met de seizoenen
🎧 De plantaardige topsporter en de eiwitleugen Over de misvattingen over onze voeding van dit moment en wat duurzame gezondheid nou eigenlijk inhoudt
Verder lezen / bronnen
Restrictief eten & alles-of-niets-denken Herman & Polivy – Restraint TheoryPolivy & Herman (2002) – If at first you don’t succeed Mann et al. (2007)
Media, dun-ideaal & lichaamsontevredenheid Grabe, Ward & Hyde (2008) – Meta-analyse media & body image Tiggemann & Slater (2014)
Voedingskennis vs. dieetregels Spronk et al. (2014) – Voedingskennis en eetgedragDunn & Bratman (2016)
Whole foods, verzadiging & cravings Hall et al. (2019, NIH) – Ultra-bewerkt vs. onbewerkt etenJakubowicz et al. (2013) – Maaltijdtiming en verzadigingSlavin & Lloyd (2012)
Darmmicrobioom & mentale gezondheid Cryan & Dinan (2012) – Gut–brain axis Mayer et al. (2015) – Darmflora en emotieSonnenburg & Sonnenburg (2019)
Plantaardig eten: potentie en grenzen Academy of Nutrition and Dietetics (2016) – Position paper Monteiro et al. (2019)
Marketing & health halo effect Chandon & Wansink (2007) – Health halosWHO (2023)



Opmerkingen