Wat is genoeg? Meer vrijheid begint soms met minder
- Tess

- 17 jul
- 9 minuten om te lezen
Langzaam giet ik het hete water over de gemalen koffie in mijn Chemex. Eerst een klein beetje. Even wachten tot de koffie begint te bruisen. Dan verder, in rustige cirkels.
Het duurt natuurlijk veel langer dan op een knop drukken, maar juist dat maakt het zo'n heerlijke ervaring. Het zachte geluid van de druppels, de geur die zich door de keuken verspreidt en uiteindelijk die eerste warme slok. O, vooral die eerste slok op de vroege morgen. Een klein moment waarop er eigenlijk niet zoveel gebeurt, maar dat voor mij toch onmisbaar is geworden.

Economisch gezien stelt dit moment weinig voor. Ik heb geen koffie verkocht, geen nieuwe machine gekocht en niets geproduceerd wat bijdraagt aan economische groei. Ik sta simpelweg een paar minuten in mijn keuken te wachten.
Toch voelt het rijk!
En precies daar moest ik aan denken tijdens mijn gesprek met econoom en schrijver Matthias Olthaar, auteur van Alles van waarde. Want wat betekent rijkdom eigenlijk? Wanneer is een leven goed? En waarom meten we onze welvaart nog steeds vooral aan de hand van geld, productie en grafieken, terwijl de dingen die ons leven werkelijk waarde geven daar vaak helemaal niet in passen?
Een goed leven past niet in een grafiek
Toen ik hoorde dat ik met een econoom in gesprek zou gaan, zag ik in gedachten meteen Wall Street voor me. Groene lijntjes die omhoog moesten, rode cijfers die voor lichte paniek zorgden en mensen in strakke pakken die moeilijke woorden gebruikten. Niet bepaald het soort gesprek waarvan ik normaal gesproken direct begin te stuiteren.
Alleen Matthias keek heel anders naar economie. Niet als een systeem dat vooral moet blijven groeien, maar als een manier om een veel menselijkere vraag te beantwoorden:
Wat hebben we als gemeenschap nodig om goed te kunnen leven?
Dat was volgens hem ooit de kern van economie. Het woord verwees niet alleen naar geld of handel, maar naar het organiseren van een huishouden of gemeenschap. Welke spullen, diensten en voorzieningen hebben we nodig? Hoe zorgen we voor elkaar? En misschien nog wel belangrijker: wat verstaan we eigenlijk onder een goed leven?
Tegenwoordig draaien we die volgorde vaak om. We beginnen niet bij de vraag wat we nodig hebben, maar bij hoeveel we kunnen produceren en consumeren. Als de productie stijgt, noemen we dat economische groei. En groei klinkt natuurlijk positief. Een plant die groeit is gezond. Een kind dat groeit ontwikkelt zich. Een sterke economie voelt daardoor automatisch beter dan een economie die niet groeit.
Maar wat groeit er precies?
🎧Liever luisteren?
In de podcast praat ik met Matthias verder over rijkdom, economische groei en de vraag wat we werkelijk nodig hebben voor een goed leven. Luister hier naar ons volledige gesprek.
Wanneer meer niet langer beter wordt
Matthias gebruikte het voorbeeld van een appeltaart. Stel, je gaat naar de winkel en koopt appels, bloem, boter, suiker en kaneel. Thuis meng je de ingrediënten, kneed je het deeg en schuif je de taart in de oven. Na een tijdje vult de geur van warme appel en kaneel de hele keuken. De taart is nu meer waard dan de losse ingrediënten. Je hebt er tijd, aandacht en kennis aan toegevoegd. Wanneer je de taart verkoopt, kunnen we die financiële waarde meten.
Maar wat als je hem niet verkoopt? Wat als je hem bakt met het handgeschreven recept van je oma? Wat als een vriendin aanschuift aan de keukentafel, jullie allebei een veel te groot stuk nemen en uren praten over het leven? Wat als de geur je even terugbrengt naar de zondagen uit je jeugd?
Die waarde verschijnt nergens in de economische cijfers. Er wordt geen bedrag gekoppeld aan het lachen rond de tafel. Geen grafiek laat zien hoeveel troost een stuk warme appeltaart kan bieden. Het gesprek, de aandacht en de herinneringen tellen economisch nauwelijks mee, terwijl ze misschien wel precies zijn wat die middag waardevol maakt.
Andersom telt bijna alles waaraan geld wordt verdiend wél mee. Ook wanneer het ons leven niet beter maakt. Spullen die snel kapotgaan en opnieuw moeten worden gekocht. Producten die we nauwelijks gebruiken. Werkzaamheden waarvan zelfs de mensen die ze uitvoeren zich soms afvragen wat ze eigenlijk toevoegen.
Productie is daardoor niet langer alleen een middel geworden om goed te kunnen leven. Productie is steeds vaker het doel zelf. En daar ontstaat een economie van nooit genoeg...

Genoeg is geen hutje op de hei
Bij het woord genoeg verschijnt al snel een vrij ongezellig beeld in mijn hoofd. Een tochtig hutje op de hei. Eén versleten trui. Koude douche. Geen telefoon, geen televisie en vooral nergens te veel van genieten. Alsof duurzamer leven automatisch betekent dat je afscheid moet nemen van comfort.
Dat is helemaal niet het toekomstbeeld dat Matthias schetst. Een goed leven vraagt volgens hem juist om een heleboel dingen. Gezonde voeding, een prettig huis, warmte, schoon water, kleding, gezondheidszorg, onderwijs en vervoer. Maar ook om zaken die je niet in een winkelmandje kunt leggen: vrijheid, creativiteit, spel, vriendschap, intimiteit en de mogelijkheid om onderdeel te zijn van een gemeenschap.
Je kunt het gebrek aan goede vrienden niet compenseren met een groter huis. Net zoals een hoog inkomen geen vervanging is voor gezondheid, vrijheid of een gevoel van betekenis.
Dat vond ik een heerlijk, verfrissende gedachte!
Genoeg betekent dus niet dat alles minder moet. Het vraagt vooral dat we opnieuw leren onderscheiden waarvan we werkelijk meer nodig hebben en waarvan het misschien al lang voldoende is.
Misschien hebben we minder kleding nodig, maar meer tijd om op ons gemak te ontbijten. Minder auto’s in de straat, maar meer ruimte om elkaar te ontmoeten. Minder haastig geproduceerde spullen, maar meer aandacht voor kwaliteit en vakmanschap. Minder werk dat alleen maar drukte oplevert en meer werk waarvan we aan het einde van de dag voelen: ja, dit heeft iets toegevoegd.
Wat hebben we werkelijk nodig?
Volgens de onderzoeken waarop Matthias zich baseert, kunnen we alle mensen wereldwijd een goede levensstandaard bieden met een veel kleiner deel van wat we momenteel produceren. Dat getal vond ik BIZAR!
Want blijkbaar is er genoeg. We produceren alleen niet altijd de juiste dingen, op de juiste manier, voor de juiste mensen. Terwijl een groot deel van de wereld nauwelijks toegang heeft tot basisvoorzieningen, puilen onze kasten uit met spullen die we vergeten zijn.
De oplossing ligt volgens Matthias in drie eenvoudige uitgangspunten.
Eerst kijken we wat mensen werkelijk nodig hebben voor een goed leven. Vervolgens maken we producten van zo’n goede kwaliteit dat ze lang meegaan. En wat we niet allemaal afzonderlijk hoeven te bezitten, kunnen we delen.
Neem kleding. Natuurlijk hebben we kleding nodig. Zeker in Nederland, waar je binnen één week een korte broek, regenjas en wintertrui nodig kunt hebben. Maar hoeveel kleding is voldoende? En waarom maken we kleding die na een paar keer wassen haar vorm verliest?
Matthias vertelde over bedrijven die truien maken met een verwachte levensduur van tientallen jaren. Dat klinkt misschien minder spannend dan iedere maand een nieuwe collectie, maar stel je eens voor dat je kledingkast alleen bestaat uit stukken die mooi blijven, prettig zitten en misschien zelfs met je meereizen door verschillende fases van je leven.
Voor de afwisseling hoef je niet voortdurend iets nieuws te produceren. Je kunt kleding lenen, huren of ruilen. Een kledingbibliotheek geeft je de mogelijkheid om te experimenteren zonder dat iedere outfit daarna jarenlang achter in jouw kast blijft hangen.
Het gaat dan niet alleen om minder. Het gaat om beter.
Meer vrijheid, minder ballast
Terwijl Matthias vertelde, besefte ik dat ik de afgelopen jaren onbewust al met precies deze vraag bezig was. Ik was niet bezig met de vraag hoe kan ik mijn leven steeds verder kan uitbreiden. In plaats daarvan word ik steeds bewuster van wat ik heb. Wat ik wil houden en wat ik misschien liever loslaat.

Ik heb lange tijd gedacht dat vrijheid vooral betekende dat er zoveel mogelijk opties moesten zijn. Een volle kledingkast, zodat ik altijd iets kon kiezen. Genoeg geld om spontaan iets te kopen. Een auto voor de deur, zodat ik ieder moment kon vertrekken. Een drukke agenda vol leuke plannen, omdat ik anders misschien iets zou missen. Maar veel keuze betekent niet automatisch dat je je vrij voelt.
Soms zorgt het juist voor onrust. Welke broek trek ik aan? Waar gaan we dit weekend naartoe? Moet ik niet productiever zijn? Is mijn huis wel mooi genoeg? Zou ik toch een andere baan willen? Terwijl je het ene kiest, fluisteren alle andere mogelijkheden dat je misschien de verkeerde beslissing neemt.
Matthias omschreef vrijheid daarom niet alleen als de mogelijkheid om overal uit te kiezen. Je hebt ook een innerlijk kompas nodig. Een idee van wie je bent, wat je belangrijk vindt en aan welk leven je wilt bouwen.
Zonder zo’n basis ben je ontzettend beïnvloedbaar. Dan bepaalt een algoritme welke trui je ineens nodig hebt. Een reclame vertelt je dat jouw keuken verouderd is. Een carrièreadvies laat je geloven dat je altijd naar de volgende functie moet streven. Misschien is vrijheid niet dat alles mogelijk is.
Misschien is vrijheid dat je steeds beter voelt welke mogelijkheden je rustig voorbij kunt laten gaan.
Een economie van koffie, kleding en gemeenschap
Matthias en zijn gezin besloten hun eigen leven stap voor stap anders in te richten. Ze gingen kleiner wonen, deden hun auto’s weg en verplaatsen zich vooral met de fiets, het openbaar vervoer en af en toe een deelauto.
Dat hoeft natuurlijk niet voor iedereen de juiste route te zijn. Voor de één is een auto bijna overbodig, terwijl de ander hem nodig heeft voor werk, mantelzorg of een huis op een plek waar nauwelijks openbaar vervoer komt. Het interessante zit voor mij dan ook niet in het kopiëren van zijn keuzes, maar in de vraag die eraan voorafging: wat voegt werkelijk waarde toe aan ons leven?
Soms is het antwoord verrassend klein. Matthias zet zijn koffie bijvoorbeeld met een eenvoudige Italiaanse percolator. Geen apparaat met een touchscreen, ingewikkelde elektronica en onderdelen die na een paar jaar niet meer verkrijgbaar zijn. Gewoon een stevig potje dat jarenlang meegaat en heerlijke koffie zet.
Zelf heb ik dat dus met mijn Chemex. Natuurlijk kan het sneller. Toch maakt juist de aandacht die het kost dat kopje waardevoller. Ik sta even stil. Ik hoor het water druppelen en voel de warmte van de mok in mijn handen. Minder efficiënt misschien, maar zo onwijs waardevol!
Hetzelfde zie ik bij delen en repareren. Een boormachine lenen van de buren bespaart niet alleen een aankoop. Het kan ook een aanleiding zijn voor een praatje bij de voordeur. Een kledingruil levert niet alleen nieuwe outfits op, maar ook een avond met vriendinnen, hapjes op tafel en iemand die ineens straalt in die jurk die bij jou al twee jaar bleef hangen.
We kijken vaak alleen naar de ecologische winst van dit soort keuzes. Minder grondstoffen, minder afval, minder productie. Maar er ontstaat ook iets anders: contact, creativiteit en het gevoel dat we het niet allemaal alleen hoeven te doen.
Het systeem van nooit genoeg
Dat klinkt heerlijk, maar ondertussen leven we wel in een systeem dat ons continu de andere kant op trekt. Onze telefoons laten de hele dag zien wat er nog ontbreekt. De nieuwe jas. Een mooier interieur. Een verre reis. Een succesvollere carrière. Een lichaam waar nog nét iets aan verbeterd kan worden.
Misschien herken je het. Je wilde alleen even kijken naar een nieuw shirt en een half uur later zitten er vier dingen in je winkelmandje. Niet omdat je kledingkast leeg is, maar omdat het vooruitzicht van iets nieuws even lekker voelt.
Ik worstel daar soms ook mee. Ik weet inmiddels hoeveel er schuilgaat achter de spullen die we kopen, maar ben echt niet ongevoelig geworden voor een mooie advertentie of een goed gestylde video. Mijn hoofd weet dat ik genoeg heb. Mijn duim wil toch even verder scrollen.
Dat ligt niet alleen aan een gebrek aan discipline. Er zijn complete verdienmodellen gebouwd rond het vasthouden van onze aandacht en het creëren van nieuwe verlangens. Zolang we blijven voelen dat ons leven nog niet compleet is, blijven we klikken, kopen en zoeken naar de volgende verbetering.
Daarom voelt bewust kiezen soms bijna als een kleine daad van verzet. Niet tegen plezier of mooie spullen, maaar tegen het idee dat tevredenheid altijd na de volgende aankoop komt.
Een mooier Nederland begint dichtbij
Aan het einde van ons gesprek schetste Matthias een toekomstbeeld dat bij mij bleef hangen. Straten waarin veel minder auto’s geparkeerd staan. Niet omdat niemand zich meer mag verplaatsen, maar omdat we vaker auto’s delen. Op de vrijgekomen plekken staan bomen, bessenstruiken en bankjes. Kinderen tekenen met stoepkrijt op straat zonder dat er iedere paar minuten iemand roept dat ze aan de kant moeten. Buren ontmoeten elkaar tussen het groen. Aan het begin van de straat staan een paar deelauto’s voor wanneer ze nodig zijn.
Ik zag het direct voor me! Een zomeravond waarop de deuren openstaan. Fietsen tegen de gevel. Iemand plukt een handje bessen. Een buurvrouw brengt een geleende boormachine terug en blijft nog even hangen voor een kop koffie.
Dat klinkt niet als een wereld waarin we iets zijn kwijtgeraakt. Het klinkt als een wereld waarin er juist iets is teruggekomen. Eén met meer ruimte, meer rust, en meer vakmanschap. Een wereld met meer tijd om aandacht te geven aan wat we gebruiken en aan de mensen met wie we ons leven delen.
We hoeven natuurlijk niet morgen ons hele leven om te gooien. Niet iedereen kan kleiner gaan wonen of de auto wegdoen. Grote veranderingen vragen ook om andere keuzes van bedrijven, gemeenten en de politiek.
Een toekomstbeeld geeft wel richting. En vanuit die richting kunnen we vandaag al iets kleins proberen. Een apparaat eerst laten repareren. Een kledingstuk lenen voor een feest. Een gereedschapskast delen met de straat. Of simpelweg wat langzamer koffiezetten en merken hoeveel waarde er in zo’n klein moment kan zitten.
Misschien begint genoeg niet bij iets opgeven.
Misschien begint het bij beter kijken naar wat er al is.
Waarvan heb jij eigenlijk genoeg? En waarvan zou je juist iets meer willen voelen. Niet in spullen, maar in tijd, rust, plezier of verbinding?




Opmerkingen