Ik heb voor het eerst in mijn leven een knoop aangenaaid!

Niet bepaald een prestatie waarmee je de krant haalt, maar ik had het dus serieus nog nooit gedaan. Op mijn 35e zat ik met naald en draad in mijn hand uit te vogelen hoe je zo’n ding eigenlijk fatsoenlijk vastzet.
En toen zat ie vast.
Dat vond ik uitermate bevredigend. Dit kan ik gewoon! Ik had iets gerepareerd met mijn eigen handen en mijn kledingstuk kon weer verder.
Aangemoedigd door dit enorme succes besloot ik meteen door te gaan naar level twee: een knoopsgat met de hand herstellen. Over de esthetische kwaliteiten daarvan kunnen we discussiëren, maar hé: het werkt! En ook daar was ik behoorlijk trots op.
Maar terwijl ik ermee bezig was, dacht ik ook: eigenlijk is het best gek dat dit voor mij zo bijzonder voelt.
Een knoop aannaaien, een naad herstellen, iets stoppen of repareren. Het zijn vaardigheden die ooit heel normaal waren. Dingen die je thuis leerde of gewoon deed als iets kapotging. Voor mij (en volgens mij voor best veel mensen van mijn generatie) zijn ze helemaal niet meer zo vanzelfsprekend.

We zijn natuurlijk ook opgegroeid in een wereld waarin vervangen vaak makkelijker werd dan herstellen. Een nieuwe trui is met een paar klikken besteld, terwijl uitzoeken hoe je die oude repareert ineens moeite kost.
En juist daarom vond ik dit kleine knoopje zo leuk.
Niet alleen omdat mijn kledingstuk nu langer meegaat. Maar omdat ik even met mijn handen bezig was, iets nieuws leerde en iets zelfstandig kon fixen. Ik kan je verklappen: dat gevoel smaakt naar meer!
Dus mocht je, net als ik tot voor kort, nog nooit een knoop hebben aangenaaid: dit is je uitnodiging. Pak eens naald en draad bij iets dat anders achter in de kast blijft liggen. Misschien begint spullen langer gebruiken soms gewoon met één knoopje 😉




Opmerkingen